Jaarverslag 2015

Schiphol.nl   •   Contact

Jaarrekeningen

HomeJaarrekeningenMaatschappelijke verantwoordingRapportagerichtlijnen

Rapportagerichtlijnen


Wereldwijd heeft geïntegreerde jaarverslaglegging de aandacht. Schiphol Group was een van de ruim honderd internationale deelnemers aan het pilotprogramma van het International Integrated Reporting Council dat in 2014 is afgerond. Het geïntegreerde denken ontwikkelt zich steeds meer in ons bedrijf. Dat is ook te zien aan de ontwikkeling die onze verslaggeving sinds 2009 doormaakt. In 2015 hebben wij in samenwerking met sociale onderneming True Price een start gemaakt om inzichtelijk te maken wat onze impact is op de verschillende kapitalen. Lees meer hierover in het hoofdstuk 'De waarde van onze impact'.

Bij het samenstellen van het jaarverslag volgen we relevante internationale richtlijnen en best practices. De G4-richtlijn van het Global Reporting Initiative (GRI) is hierbij de belangrijkste leidraad. De GRI-referentietabel is opgenomen. Voor de indicatoren die betrekking hebben op onze bedrijfsvoering wordt in de tabel aangegeven waar in het verslag informatie over het betreffende onderwerp is opgenomen. Het GRI-sectorsupplement voor luchthavenondernemingen is ook toegepast.

Het ministerie van Financiën heeft bepaald dat vanaf 2010 de jaarverslagen van staatsdeelnemingen minimaal moeten voldoen aan GRI 3.0 level C. Met het toepassen van G4 voldoet Schiphol Group niet alleen aan deze eis, maar ook aan haar eigen ambitieniveau. Bovendien moeten de jaarverslagen van staatsdeelnemingen deel uitmaken van de onderzoeksgroep van de Transparantiebenchmark. Deze benchmark is in 2015 uitgevoerd door EY in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. Sinds 2006 doen wij mee aan dit onderzoek. Aan de Transparantiebenchmark voor het jaarverslag over 2014 deden 485 organisaties mee. Schiphol Group behaalde de zevende plaats (14e in 2014). Bovendien wonnen we de prijs voor het meest innovatieve jaarverslag. De jury heeft het verslag toegekend om de volgende reden: "Het geïntegreerde verslag opent met het model van waardecreatie, nog voordat de belangrijkste resultaten worden vermeld. Dit vormt de rode draad door de gehele verslaggeving. Daarnaast biedt het verslag al op de eerste pagina's inzicht in de belangrijkste kenmerken van de organisatie, haar omgeving en de resultaten van 2014. Schiphol Group slaagt erin om beknopt weer te geven wat écht belangrijk is. Dit resulteert in een verslag dat niet alleen innovatief is, maar ook toegankelijk voor een breed publiek".

Met het jaarverslag over 2014 hebben we, net als met het jaarverslag over 2011, de Henri Sijthoff Prijs gewonnen voor beste verslaggeving in de categorie niet-beursgenoteerde bedrijven. "Schiphol wint vanwege de zeer inzichtelijke en concrete verslaggeving, waarbij met betrekking tot dilemma’s en gemaakte keuzes man en paard genoemd worden." De jury is van mening dat de bedrijfseconomische analyse in de financiële verslaggeving beter kan en dat het verslag van de Raad van Commissarissen wel inhoudelijk maar niet bijzonder kritisch is. In het jaarverslag 2015 hebben we hier meer aandacht aan besteed.

Beide resultaten laten zien dat de bedrijfsactiviteiten en het geïntegreerd denken dat wij nastreven extern worden opgemerkt. Deze waardering stimuleert ons om het gekozen pad met betrekking tot rapportage te blijven volgen en onze bedrijfsprocessen verder te verduurzamen.

Als deelnemer aan de UN Global Compact hebben wij verslag gedaan over de voortgang van de tien principes van de Global Compact. Dit is opgenomen in Global Compact Communication on Progress.

Reikwijdte van de rapportage

Onze maatschappelijke functie is Nederland verbinden met de belangrijkste steden en centra in de wereld via een multimodaal knooppunt. Onze strategie stoelt op vijf thema's: Top Connectivity, Excellent Visit Value, Competitive Marketplace, Development of the Group en Sustainable & Safe Performance. Ten opzichte van de voorgaande verslaggevingsperiode is de strategie herijkt. De Corporate Responsibility thema's zijn gelijk gebleven. In 2015 is de set met CR prestatie-indicatoren herijkt. De verwachting is dat deze set in de toekomst doorontwikkeld zal worden tot een strategisch meetinstrument voor de materiële aspecten.

De resultaten op financieel, operationeel en maatschappelijk gebied worden gepresenteerd in één jaarverslag. Meer dan 90 procent van onze activiteiten vindt plaats op de locatie Amsterdam Airport Schiphol. De (inter)nationale dochters en deelnemingen (luchthavens en andere activiteiten) hebben eigen, op de lokale omgeving gerichte, initiatieven die passen binnen de visie van Schiphol Group. In 2015 zijn waar mogelijk de definities en rapportagehandleidingen van Schiphol, Rotterdam The Hague Airport en Eindhoven Airport in lijn met elkaar gebracht om de vergelijkbaarheid te vergroten. Daar waar nog verschillen zijn, is dit toegelicht in het onderdeel prestatie-indicatoren. Er is alleen gekozen voor een afwijkende definitie wanneer er anders een beperking in de meetbaarheid zou ontstaan. Het traject is leerzaam en dwingt ons na te denken hoe we als groep Corporate Responsiblity naar een hoger niveau kunnen tillen, zonder voorbij te gaan aan onderlinge verschillen en initiatieven in de operaties van de individuele luchthavens.

Schiphol Group rapporteert in het Jaarverslag 2015 alleen over de resultaten die zij heeft behaald op de materiële thema's. In 2013 hebben we aan de hand van dialogen en interviews een materialiteitsanalyse opgesteld. In 2014 hebben we de materiële aspecten getoetst bij relevante afdelingen en collega's die direct contact hebben met onze stakeholders, waarbij ook media-analyses en eigen onderzoeken naar trends, ontwikkelingen en risico’s zijn meegenomen. We hebben ook gekeken naar de materiële aspecten van collega-luchthavens, zoals Aéroports de Paris, Heathrow Airport en Frankfurt Airport. De uitkomst is samengevat in een materialiteitsmatrix, die bevestigt dat we in onze bedrijfsstrategie de juiste prioriteiten hebben gesteld. In 2015 is onze strategie herijkt, en hebben we onze materiële aspecten wederom getoetst bij relevante afdelingen en aan interne en externe onderzoeken naar trends en ontwikkelingen. Dit heeft geleid tot een aanpassing van de matrix. In 2016 zullen de materiële aspecten breed worden getoetst door middel van vragenlijsten en interviews.

Scope

De onderwerpen in de matrix hebben betrekking op zowel Amsterdam Airport Schiphol als Rotterdam The Hague Airport en Eindhoven Airport. Gezien de voorgenomen ontwikkeling van Lelystad Airport is de verwachting dat de onderwerpen tevens op deze locatie zullen gaan spelen. Lelystad Airport valt buiten de scope totdat deze luchthaven in gebruik wordt genomen voor niet-mainportgebonden commercieel passagiersverkeer.

De inhoud van dit jaarverslag is bepaald aan de hand van de materiële aspecten zoals weergegeven in de materialiteitsmatrix. Dit helpt ons om voor de lezer de impact en relevantie van de opgenomen informatie te duiden.

In de keten

Alle in de matrix genoemde onderwerpen zijn relevant voor zowel onze luchthavens als partijen in de keten. We rapporteren in dit jaarverslag over alle materiële onderwerpen waarover Schiphol Group volledige zeggenschap heeft, met uitzondering van de onderwerpen netwerk van bestemmingen, operationele capaciteit, bereikbaarheid, geluid en veiligheid. Bij deze onderdelen betreffen de gerapporteerde prestaties ook die van ketenpartners.

Ontwikkelingen 2015

De volgende materiële aspecten laat Schiphol Group in vijf Corporate Responsibility-thema's samenkomen: Regionale Betekenis, Bereikbaarheid, Geluid, CO2-emissies, Luchtkwaliteit, Circulaire Economie en Werkgeverschap (zie Corporate Governance - organisatie van CR). In 2015 hebben we waar mogelijk de doelstellingen groepsbreed getrokken. In de komende jaren zal dit verder uitgebreid worden.

Zoals ook in waardecreatie is beschreven, zijn de activiteiten in de luchtvaartsector nauw met elkaar verbonden. In het jaarverslagzijn daarom ook prestaties opgenomen waar Schiphol Group geen volledige zeggenschap over heeft evenals resultaten van sectorpartners, denk bijvoorbeeld aan het aantal vervoerde passagiers, de bestedingen bij de concessionarissen of het aantal birdstrikes.

Op 30 april 2015 heeft Schiphol Group 60 procent van haar aandelen in Schiphol Airport Retail B.V. (SAR) verkocht aan Gebr. Heinemann SE & Co. KG. Schiphol Group en Gebr. Heinemann werken sindsdien samen in een jointventure voor de verkoop van drank, tabak en chocolade in het winkelgebied achter de securityfilters op Amsterdam Airport Schiphol. Gebr. Door de verkoop van 60 procent heeft Schiphol Group haar controlerend belang verloren. Vanaf 30 april 2015 worden de activa en passiva alsmede de resultaten van SAR niet langer geconsolideerd. De activa en passiva van SAR waren per 31 december 2014 geclassificeerd als 'aangehouden voor verkoop'. Eventuele acquisities worden in de consolidatie van zowel de financiële als de niet-financiële gegevens meegenomen vanaf het moment waarop de zeggenschap verkregen wordt. Desinvesteringen worden uit de gegevens gehaald op het moment dat de daadwerkelijke desinvestering heeft plaatsgevonden. Deconsolidatie vindt plaats op het moment dat er door verkoop geen sprake meer is van zeggenschap

Er zijn in 2015 geen bijzondere economische omstandigheden of ontwikkelingen binnen de sector dan wel binnen de waardeketen geweest die hebben geleid tot een belangrijke wijziging in het gevoerde beleid.

Behalve in dit verslag, is informatie tevens beschikbaar op de volgende websites: schiphol.nl en schiphol.nl/cr.

Totstandkoming jaarverslag

Het totstandkomen van het jaarverslag is een proces dat wordt opgestart in het najaar. Op basis van de intern opgestelde materialiteitsanalyse en uitgevoerde mediacheck wordt per materieel thema aan de businesscontrollers gevraagd om conceptteksten of informatie aan te leveren. Door een vast team van medewerkers van Schiphol Group en een externe tekstschrijver wordt de tekst van het jaarverslag samengesteld en vervolgens een aantal keer besproken in de Jaarverslagcommissie. Deze commissie wordt gevormd door de CFO, en vertegenwoordigers van Corporate Treasury, Corporate Legal, Corporate Development, Corporate Affairs, Group Control en de controllers van de business areas. In december wordt een eerste vergevorderd concept voorgelegd aan de directie. Vervolgens vangt het proces van review door onze externe accountant aan. Na invulling van de in januari vastgestelde resultaten, worden de teksten en de jaarrekening voorgelegd aan de directie en de Raad van Commissarissen ter goedkeuring.

Reacties op dit jaarverslag of vragen naar aanleiding van de inhoud zien wij met belangstelling tegemoet via crhelpdesk@schiphol.nl.

Externe accountant

KPMG is de onafhankelijke externe accountant van Schiphol Group. Wij hebben de accountant gevraagd een beperkte mate van zekerheid te geven over de betrouwbaarheid van de informatie over Corporate Responsibility in het jaarverslag. Het betreft hier prestaties van Schiphol Group met uitzondering van geluid en veiligheid waarbij ook ketenpartners betrokken zijn. De accountant hanteert de door de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) vastgestelde richtlijn N.V. COS3810N ‘Assurance opdrachten inzake maatschappelijke verslagen’ als richtlijn. Het assurance-rapport is opgenomen in het jaarverslag.

Materieel aspect

Prestatie-indicator

 

 

2015
resultaat

2015
doelstelling

2014
resultaat

CO2-emissies

CO2-uitstoot eigen activiteiten (Kg CO2 / Pax)

1,65

2,01

1,72

Circulaire economie

Gescheiden operationeel afval

28,2%

40,0%

25,9%

Werkgeverschap

Ziekteverzuim

3,6%

3,6%

3,6%

Veiligheid

Bedrijfsongevallen met verzuim

LTIF: 0,3

LTIF Brandweer SNBV: 27,1

LTIF: 3,0
LTIF Brandweer: 40,0

LTIF: 1,6
LTIF Brandweer: 22,7

Ketenverantwoordelijkheid

Corporate Responsibility consultatie tijdens aanbestedingen

83%

100%

n/a, nieuwe KPI

Bereikbaarheid

Voortransport OD-reiziger per OV1

40,4%

40,0%

39,1%

Veiligheid

Vogelaanvaringen (aantal per 10.000 vliegtuigbewegingen)

8,3

<5,8

6,1

Veiligheid

Runway incursions1

41

22

17

  • Betreft alleen locatie Schiphol